De Tuut is weer onder stoom op 12 en 13 mei 2018, ook motoren museum geopend.

Het Rijksche stoomgemaal

Installatie:

De installatie bestond uit een gelijkstroom stoommachine van de firma Stork. De installatie had een vermogen van 250 pk en kon een waterverplaatsing van 300 m3 per minuut realiseren. 

Hendrik DaanenHendrik DaanenVanaf de nieuwbouw in 1913 was Hendrik Daanen de machinist. Hij was geboren in Beuningen op 30 augustus 1884 en overleed op 4 december 1967 te Empel. Veel van de informatie is verkregen via de dochter van de machinist. Machinist Daanen was van zijn beroep smid en was zijn vak goed meester. Toen hij solliciteerde als machinist had hij een verdienste van f 800,- per jaar plus vergoeding van huur, stook en licht. Toen Daanen zijn beroep leerde bij een smid, moest hij er f 100,- per jaar bijleggen in plaats van dat hij iets extra verdiende. Hij mocht dan wel gratis een pijpje stoppen van de baas, vertelde hij later aan zijn kinderen. Ooit solliciteerde hij in Hulst als leraar aan de Ambachtsschool. Daar kon hij f 1.200,- per jaar krijgen. Maar Daanen bleef in Maas en Waal, want daar kon hij mooi wonen met een vrij uitzicht over de polders. Hij kon daar ook veel klussen, dat ook veel in het laatje bracht voor zijn groot gezin (9 kinderen).

De gemalen werden gestookt met grote brokken of bonken vette kolen. Vroeger ± 1920 kwamen de schepen met de kolen tot vlakbij de Sluis. De kolen werden dan in zakken geschept. Oudere mensen moesten scheppen en de jongere - o.a. de gebroeders Henzen - droegen de kolen naar de kolenloodsen. De stokers waren niet in vaste dienst, stoken gebeurde op afroep of als seizoenwerk. Later legden de schepen aan bij het Schanse veer (bij de loswal). In het veerhuis bij de fam. Savelkouls-van Teeffelen werd dan ingeschreven voor het vervoer met paard en wagen om de kolen op de plaats te brengen. Ingeschreven werd dan door Engelbart en Gerrit Smits enz.. Tinus Smits heeft ook nog gereden. Toen was hij nog maar een jongen van ongeveer 15 jaar. In de oorlog hadden de mensen bonnen voor maar een klein beetje kolen. Dan gaf de burgemeester wel eens extra bonnen uit voor zieke mensen en die werden dan wel bij de stoomgemalen gehaald. Machinist Daanen repareerde in de oorlog allerlei artikelen voor gebruik in de keuken. Vaak vroeg hij daar dan niets voor maar kreeg dan later een maaltje hutspot terug zo herinnerde de dochter zich goed. Ook werd er tabak verwerkt met een speciale machine. Verder maakte hij en andere machinisten graanmolentjes die de boeren of particulieren gebruikten om graanmolentjegraanmolentjegraan te malen. Het gemaal hoefde minder vaak te draaien dan het Leeuwensche omdat de polders hoger lagen waardoor vrije afvoer langer naar de Maas mogelijk was. Maar als de Maas hoog was dan moest er veel water verplaatst worden omdat het een groot afwateringsgebied was. De pomp van dit gemaal was dan ook groter dan het Leeuwensche gemaal. Bij Daanen kunnen Hendrik en Dineke nog herinneren dat hun vader vertelde: "Nu hebben we 59 dagen en nachten gedraaid zonder ook maar 1 minuut te stoppen". Dat was voor wat oudere machines een hele prestatie. Machinist Daanen was een echte vakman. Hij kon mooie sierstukken smeden. Hij smeedde oa grafkruizen en voor zijn overleden vrouw maakte hij een kruis met rozen. Nadat het nieuwe gemaal Quarles van Ufford in bedrijf kwam waren de oude gemalen niet meer nodig. Voordat het gemaal gesloopt werd plakte machinist Daanen dit gedicht op de ketel.

Jarenlang deed ik mijn best

Voor dit land en dit gewestGrafkruis voor de vrouw van machinist DaanenGrafkruis voor de vrouw van machinist Daanen

Ik loosde het water uit dorpen en gehuchten

Hoor mijn laatste adem zuchten

De installatie is verwijderd in 1954 en zou verkocht worden aan een Herdenkingssteen Rijksceh gemaalHerdenkingssteen Rijksceh gemaalmeelfabriek. Dit zou echter niet door zijn gegaan. Dineke van Geffen-Daanen, dochter van de machinist, weet zich nog te herinneren dat de schoorsteen van dit gemaal eind jaren vijftig niet door een explosie werd gesloopt, maar van boven af steen voor steen werd afgebroken. Het lege gebouw is later gekocht door Frans Jagtenberg en die begon er een smederij. Has van Os en Leo de Leeuw hebben samen als knecht bij Jagtenberg in de smederij gewerkt. Later zijn er manden in opgeslagen. Maar het gebouw is in 1961 door brand verwoest. Nu kan men nog de restanten van het gebouw overeind zien staan. In de muur is zoals op alle gemalen gebruikelijk nog een herdenkingssteen ingemetseld.

 

De installatie van het Rijksche gemaalDe installatie van het Rijksche gemaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Terug naar Voormalige stoomgemalen in de regio