Stichting Baet en Borgh

 


 

De oprichting van de Stichting Baet en Borgh

In februari 1983 werd de Maas en Waalse Monumentenstichting Baet en Borgh opgericht. Het motto daarbij was 'redden wat er nog te redden valt'.

De stichting had zich voorgenomen alles op alles te zetten om de cultuur-historische afbrokkeling van de streek een halt toe te roepen.

De basis van de stichting werd gevormd door de Maas en Waalse gemeenten met daarnaast de Historische Het bestuur bij de oprichting van Baet en BorghHet bestuur bij de oprichting van Baet en BorghVereniging Tweestromenland, de Vereniging Maas en Waals Milieufront en de stichting Vrienden van de Gelderse Molen.

Het eerste project waar de stichting oog op had was het oude stoomgemaal te Appeltern. Het had er lange tijd naar uitgezien dat dit karakteristieke en historische bouwwerk gesloopt zou worden. De toenmalige eigenaar, het polderdistrict Groot Maas en Waal, wilde het complex namelijk afstoten.

Het gemaal was voor de waterhuishouding niet meer noodzakelijk en kostte dus alleen maar geld. De Historische Vereniging en de gemeente Appeltern hadden al geprobeerd tot aankoop te komen, maar dat mislukte. Met de oprichting van de stichting Baet en Borgh leken er grotere kansen te bestaan om het complex alsnog te verwerven. De stichting had plannen het complex te restaureren en daarna voor het publiek open te stellen. Ook werd gedacht aan de vestiging van een informatiecentrum over natuur en landschap in de omgeving.

De stichting wilde verder ook werken aan de bevordering van belangstelling voor natuurhistorische, landschappelijke, kunst- en cultuurhistorische waarden in het land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen.

Voorzitter was baron Van Verschueren uit Leur, verdere leden waren burgemeester H. Aalders, W. van der Bent, J. van der Hoeven, J. Trijsburg, C. Walraven en A. Wijnveen.